Guardian Angels - Special forces in Christ!

G.A. in de pers

woensdag, 15 mei 2013

Hoe zien beschermengelen eruit, bij nacht en ontij? Op pad met de Guardian Angels: een groep van tientallen vervaarlijk uitziende, ex-delinquente, bekeerde ordebewakers.

De laatste jaren duiken ze op in de randen van de nacht. En aan de rand van het blikveld van 'mainstream' christelijk Nederland: de Guardian Angels. Als er ergens iets te bewaken valt - Opwekking, of de Katholieke Jongerendag in Den Bosch, of de Passion-musical in de binnenstad van Gouda - dan stáán ze er. Hun naam klinkt als een klok en het staat ook op hun officiële tenues: De Beschermengelen.

Die naam is meteen hun hele programma. Iedereen snapt meteen: die naam staat haaks op 'Hell's Angels'. Deze beschermengelen zijn potige kerels met gegroefde koppen. Ooit verslaafd aan drank of drugs, en/of dakloos, en/of delinquent, wisten ze zich dankzij hun bekering tot vurig geloof in Christus aan dat verleden te ontworstelen. Ze schudden hun strafblad af en sloegen hun vleugels uit.

De schokkende levensverhalen staan gebeiteld in hun markante koppen. Dit zijn geen lieverdjes - geweest, moet er dan vroom op volgen. En dat is ook zo, want nu zijn zij christelijke commando's. Maar het zijn nog steeds geen lieverdjes, op een bepaalde manier. Je zou kunnen zeggen dat deze mannen de levenservaring van hun jarenlange ontsporing nu in dienst stellen van God. En soms is die ruigheid precies wat je nodig hebt, ook in christelijk Nederland.

Of misschien drukt dat het niet helemaal uit. Die ruigheid is wondweefsel, van geleden pijn. Niet eens zozeer 'verwerkt', als wel: losgelaten, overgegeven, aan de voet van het ruwhouten kruis neergesmeten. Deze mannen weten: afkicken - van drank, van drugs, van de vuurgloed van woede en vernietigingsdrang in de aderen - is keihard werken, en dat red je niet zonder elkaars getatoeëerde schouders. 

Louter door hun acte de presence bewaren ze de goede orde. Want waar de Guardian Angels zijn, daar voel je je veilig. Je weet: deze mannen gaan 'through hell and high water' om je te beschermen. Want ze zijn daar al geweest, en die ervaring met het slagveld van het leven is voelbaar.

De hoogste tijd voor een nadere kennismaking met De Beschermengelen. Geen beter moment dan de adventstijd van het jaar onzes Heren 2011. Geen betere plek dan het in ijzige regens verzuipende terrein van het Kerst-Event, een theaterwandeling van drie uur over een militair oefenterrein tussen Garderen en Stroe.

Hier handhaven ze de orde rond veertien theaterlocaties, waar een levend kerstspel plaatsvindt, compleet met een kudde levende have, waaronder een dromedaris, en nog veel meer bekende momenten uit het verhaal van Christus' komst naar deze wereld.

Geen beter tijdstip dan het holst van de nacht, de tijd vóórdat het wandeltheater losbarst. Dit is het domein van de beschermengelen: achter de schermen, niet meteen zichtbaar bij daglicht.

Donker, heel donker is het in het bos, en koud, heel koud. Per e-mail waren de aanwijzingen uitgedeeld, door oprichter en inspirator Frans Riphagen. Als die eenmaal begint te praten, ben je voorlopig van de straat. Hij heeft wat de Britten noemen 'the gift of the gab', de gave der tong.

Daar komt hij de bocht al om, op een zeswielig, merkwaardig voertuigje, een zogenaamde 'gator'. Dat is een soort minitank voor ruig terrein. Hij en zijn bijrijder dragen bivakmutsen; alleen hun ogen zijn zichtbaar. Meteen is duidelijk dat we hier ver verwijderd zijn van de wereld van het liturgisch bloemschikken. Ze ontvoeren ons naar een modderig terrein en een koffiekeet. Vanavond doen zij een paar keer de ronde door de donkere tunnels van piepende, zuchtende grove dennen, in slagorde staande als een 'bende barse rovers'. Ze zien erop toe dat er geen onverlaten rondlopen en dat de theaterlocaties overeind blijven.

Hier zijn ze in hun element, Mark Timmer, Ton Oostrum, John Hameling en Hans Legeer: plankgas tegen de slagregens in, met modder bespat. Ze zouden zelf, in oosterse kledij, kunnen doorgaan voor vissers uit Galilea.

slurpers!

De lijfwachten van het Koninkrijk drinken sap en eten koekjes en oliebollen, maar veel softer wordt het niet. Riphagen spreekt graag van slurpers. Dat is wat hij nodig heeft: slurpers. Klinkt vreemd, maar hij verwijst hiermee naar de bende van Gideon, de man die met slechts driehonderd vechters ten strijde trok. De selectieprocedure was duidelijk: ze knielden allemaal op de beekoever, maar alleen de kerels die grof en gulzig slurpten, waren bruikbaar in de strijd, hadden de juiste ijzervretersmentaliteit. Dus!

Riphagen is een twee meter lange reus met spieren als staalkabels. Hij oogt gemoedelijk, met zijn ronde kop en trouwe bruine labrador-ogen. Maar wacht even, tot je flarden te horen krijgt van zijn levensverhaal, dat een verhaal aan flarden is. Getuigen van zijn geloof ligt hem voor op de tong, maar dit moet je wel uit hem trekken. Hier loopt hij niet zo mee te koop. Riphagen heeft, zoals bijna alle Guardian Angels, een moeilijke jeugd gehad. 'Ik ben geboren uit een verkrachting.'

Hij had begin jaren negentig een heenkomen nodig, na een conflict dat iets te maken had met een afrekening in de Chinese onderwereld in Nederland. Daarom meldde hij zich voor vijf jaar als legionair bij het Franse vreemdelingenlegioen, Legion d'Etrangere - de perfecte schuilplaats, in zulke gevallen. 'Elk jaar op 14 juli, de bestorming van de Bastille, ga ik naar Parijs en zet de bloemetjes buiten.' Dat laatste nu alleen in het nette. Dat was voor zijn bekering wel anders. Het legioen heeft een sneuvelpercentage van een op de tien. En het neemt geen krijgsgevangenen. Frans wuift het weg: 'Ach, ik heb thuis nog een vitrine vol medailles, maar daar gaat het niet om.' Hij nam deel aan de bevrijding van Koeweit in 1991, en voelde als soldaat in een gevechtseenheid de hitte van het slagveld in Ivoorkust, Sierra Leone, Sudan, Rwanda en Burundi. Daar vocht hij onder meer tegen gedrogeerde kindsoldaten. Wat hij daarover kwijt wil, is genoeg voor meer dan één PTTS-stoornis. Maar hij zoekt schuil bij God en wil zijn vurige geloofsbeleving overdragen. Het verleden laat hij liever rusten. 'Slúrpers heb ik nodig!'

Wat doen de 'guardians' verder? Vechtsporten? 'Nee, dat is te riskant, dat roept teveel ons oude leven op. We helpen elkaar, uit conflicten te blijven. Als bij een van ons de stoom uit de oren komt, staan we pal voor elkaar. Dan helpen we elkaar, een stap terug te doen. Onze aanwezigheid moet het doen. Het voorkómen van een conflict is het beste.' Een afschrikkingsmacht dus. Geen suikerzoete rococoplafondengeltjes, die Guardians. Maar met een hart van goud.

Je kunt Riphagen wel uit Afrika halen, maar daarmee haal je Afrika nog niet uit Riphagen. 'Ons imago is wel ruig, maar we zijn betrouwbaar en leveren echt af. Je zou het niet zeggen als je ons ziet, maar wij doen aan maatschappelijk verantwoord ondernemen. In september 2011 bouwden we, bij grote zomerhitte van eenmaal zelfs 52 graden, in Burkina Faso een dokterspost, samen met de lokale bevolking. Opgeleverd mét ziekenwagen en trainingscentrum.'

Op www.guardian-angels.nl staan filmpjes van die bezoeken aan Afrika. Wie zich iets kan voorstellen bij het precaire leven in de bidonvilles, de krottenwijken, snapt dat de rechtdoorzee-mentaliteit van de Guardian Angels daar wel aanslaat. Zij zijn rolmodellen, voor jongeren aan de onderkant van Afrika's maatschappijen. Ook daar kom je, gelukkig, engelen tegen.

Zie www.guardian-angels.nl en www.kerstevent.info

Bron: AD 24-12-2011 (Deze tekst is door Stichting Guardian Angels aangepast i.v.m. twijfels van achtergrond van een ex-lid)

Terug naar vorige pagina